Wees ongelofelijk trots op wat je schrijft, ook als anderen dat niet zijn

Twee jaar geleden schreef ik verhaal waar ik ongelofelijk trots op was. In het verhaal vond de hoofdpersoon een manier om op een abstracte manier naar haar gevoelens te kijken en daar subtiele lessen uit te trekken. Het verhaal had geen spanningsboog en ook geen bijzonder plot. Het zat alleen vol emoties en gevoel. En toch voelde het als mijn beste verhaal ooit.

[heading margin_top=”14″]’Stuur dit verhaal op,’ zei mijn broer enthousiast[/heading]

Ik heb het zelfs online gezet, zo trots was ik. De reacties die onder het stuk verschenen, hielpen daaraan mee: ‘Prachtig!’ ‘Daar moet je echt iets mee gaan doen,’ ‘Mooi!’ ‘Wow..’ ‘Ik kon me er niet vanaf scheuren’. Mijn oudste broer was op dat moment een fanatiek lezer en kwam meteen naar me toe nadat hij het stuk gelezen had. Hij was lyrisch, beweerde dat hij nog nooit zoiets puurs gelezen had.

Ik glimlachte een beetje, zoals dat gaat wanneer je overladen wordt met complimentjes en je afvraagt of je dat verdient hebt. Mijn broer, die nooit op Facebook zat, deelde het stuk ineens met al zijn vrienden. Zijn vriendin deed hetzelfde, en in de dagen daarna leek het alsof iedereen die ik kende het gelezen had. Voor mij was het een doorbraak. Een stuk sociale erkenning voor wat ik het liefste doe. En, eerlijk, dat voelde fantastisch.

Een week nadat ik het online had gezet, kwam mijn broer opnieuw naar me toe. ‘Hier moet je iets mee doen,’ vond hij. ‘Het is echt schitterend, het kan zo gepubliceerd worden.’ Ik knipperde met mijn ogen. Gepubliceerd worden? Ik? Hij merkte mijn cynisme en drong aan. ‘Stuur het op,’ liet hij me beloven. Ik knikte. Ooit, want een persoonlijk verhaal opsturen is ongelofelijk eng.

‘Ooit’ kwam sneller dan ik verwacht had. Zeven maanden nadat ik het stuk geschreven had, besloot ik de hoofdredacteur van Schrijven Magazine te mailen. Ik had een verhaal en niets te verliezen, dus verstuurde ik het. Ik begon hardop te fantaseren over zijn reactie. Zou hij net zo lyrisch zijn als mijn broer? Zou hij het publiceren? Zou hij een schrijver in me zien?

[heading margin_top=”14″]Ik raakte wekenlang geen pen aan[/heading]

Het antwoord kwam een paar dagen later. Hij schreef dat hij er niet zoveel mee kon, maar mijn schrijftoon ‘erg aardig’ vond. Hij raadde me aan om actief te worden met schrijfwedstrijden. Of, want dat was ook nog een mogelijkheid, ik kon op hun forum feedback vragen aan andere schrijvers.

Zijn antwoord overschaduwde alle positieve reacties.

Ik was niet goed genoeg. Terwijl mijn broer me verzekerd had dat ik dat wel was, vond Frank Noë van niet. Hij was niet lyrisch. Hij publiceerde het niet. Hij zag niets bijzonders in me. Dus was het niet zo. Ik zou mijn hele leven een middelmatige schrijver blijven, eentje die soms een schrijfwedstrijd won en in haar vrije tijd verhalen schreef die niemand ooit zou lezen.

Het duurde weken voor ik weer een pen durfde aan te raken. Afgewezen worden door iemand die ik als echte kenner van schrijftalent beschouw, voelde als falen. Hoewel Frank Noë het natuurlijk nooit zo bedoeld heeft, is die zin me altijd bijgebleven: ‘Je schrijftoon is erg aardig.’ Aardig, ja. Leuk. Maar wat kon ik daarmee?

Inmiddels weet ik wat je met een afwijzing moet. Je moet doorgaan. Je houdt van schrijven om het schrijven. Als een hoofdredacteur je verhaal ook goed vindt, is dat fantastisch, maar je hebt het niet nodig om ervan te kunnen genieten. Ik genoot van het verhaal toen ik het bedacht, ik genoot ervan toen ik het schreef en ik genoot van de complimenten. Het was míjn verhaal, en ik ben blij dat ik het geschreven heb.

Daar kan zelfs iemand als Frank Noë niets aan veranderen.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog Away NL Maand waar ik in januari aan meedoe. Gedurende januari zullen er nog twee uitwerkingen van blogopdrachten verschijnen.

 

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Jammer hè, dat één negatieve reactie alle positieve zo kan overschaduwen. Maar van afwijzingen word je hard, is ook nodig om beter te worden.

    • Linda Rosalinde Markus

      Ja, dat zeker! En dan merk je toch ook dat mensen die er meer verstand van hebben toch wel echt kritischer zijn dan de mensen die dichtbij je staan. Die vinden het al snel goed. 😉

  • Arjan van den Berg

    Tsjah, schrijvers blijven vaak gevoelige mensen, he… 🙂 Als je als schrijver zelf al heel trots bent op je eigen werk, is dat (‘al’) heel goed. Ik snap wel dat je de mening van zo’n hoofdredacteur hoger kan schatten dan dat van je vrienden, maar aan de andere kant: wie zegt wat goed is? En voor wie schrijf je eigenlijk… Je vrienden kennen je, weten wat je van jezelf erin hebt gelegd, wellicht wat je hebt moeten overwinnen…

    Ik heb het ook wel: een negatieve reactie kan al die andere positieve overschaduwen. Maar toch: die positieve zijn er ook niet voor niets. Laten we ons vooral niet laten ontmoedigen.:-) Bedankt voor het delen.;-)

    • Linda Rosalinde Markus

      Precies! Dat wilde ik aan het einde ook een beetje duidelijk maken, dat je het uiteindelijk voor jezelf schrijft. Als zo’n hoofdredacteur het dan goed vindt is dat leuk, maar je hebt het niet per se nodig om van het schrijven te kunnen genieten. Bedankt voor je reactie. 🙂

  • Lilith_8

    Eigenlijk heb je niets aan de twee uitersten hé… Allemaal lovende reacties zeggen eigenlijk vrij weinig, omdat je je dan inderdaad afvraagt of je ze wel verdiend hebt. Een aardige schrijfstijl zegt ook zo weinig, omdat je dan helemaal niet weet wat er beter kan. Het is moeilijk om een goed lezerspubliek te vinden – mensen die genoeg kennis hebben om het verhaal juist te beoordelen en daarbij dan nog eens in staat zijn om opbouwende kritiek te geven… Je hebt in elk geval gelijk dat je je door zo’n afwijzing niet mag laten ontmoedigen!
    (En je maakt me nu trouwens wel nieuwsgierig naar het verhaal 😉 )

  • karin

    en het was niet eens echt negatief. ‘erg aardig’ en niet ‘mwoah’. 😉 bovendien moet je er inderdaad zelf trots op kunnen zijn. dat heb ik wel moeten leren toen ik een contract tekende voor een boek. help, dacht ik eerst. nu moet ik het eerst zelf goed genoeg vinden en dan moet ik het loslaten op een uitgever en dan, nadat het gedrukt is, moet ik het loslaten op publiek. maar, is bloggen ook niet zo?

  • Noa Meijer

    Dat lijkt me best lastig ja. Maar je schrijft nog steeds 🙂

  • Pingback: Omgaan met afwijzing | Laura Stolp()