Workshop scenarioschrijven: ‘Je vlecht karakters en verhaallijnen door elkaar’

‘Een script schrijf je niet voor lezers. Je schrijft het voor de acteurs, om hen te inspireren. Daarom is het taalgebruik heel kaal. Het hoeft niet mooi te zijn, zoals bij een roman.’ Scenarioschrijfster Anya Koek vertelt met zichtbaar enthousiasme over haar vak. Met acht andere bloggers zit ik in de prachtige bibliotheek van uitgeverij Meulenhoff Boekerij om de basis van het scenarioschrijven te leren. Hoe werkt het? En verschilt het van ‘gewoon’ schrijven?

[heading margin_top=”14″]’Het is een heel proces, van de karakters tot de dialogen'[/heading]

Voor me ligt een map vol scriptdialogen, storylines en uitgewerkte karakters van SpangaS, de jeugdserie waar Koek hoofdschrijfster van is. Eerder schreef ze voor ZOOP en Westenwind. Scriptschrijven begint met het verzinnen van de karakters en de belangrijkste verhaallijnen. ‘Die karakters en verhaallijnen moet ik door elkaar vlechten, zodat ze iets met elkaar te maken krijgen. Er zijn één of twee hoofdlijnen waar veel denkwerk en research in zit. De andere lijnen spelen zich daar omheen af.’

Om alles door elkaar te vlechten, gebruikt Koek een beatsheet; een overzicht van wat de karakters per seizoen meemaken. ‘Zo kan ik meteen zien welke gebeurtenissen zich tegelijk moeten afspelen.’ Die verhaallijnen worden verder uitgewerkt in de synopsis. Daarna worden de storylines opgedeeld in korte scènes en uiteindelijk wordt per scène de dialoog uitgewerkt. ‘Het hele proces is nodig om tot de uiteindelijke dialogen te komen. Je moet zorgen dat alle karakters aan bod komen en dat er naast heftige onderwerpen ook luchtige verhaallijnen zijn.’

Scenarioschrijven

[heading margin_top=”14″]’Het belangrijkste is dat je geloofwaardig kunt schrijven'[/heading]

Scenarioschrijven is duidelijk een vak apart, dus willen we tips. Wat heb je nodig om een goed scenario te kunnen schrijven? Als eerste moet je zorgen voor een backstory. Achtergrond- informatie die uitlegt wat karakters drijft en wat hun dromen, angsten en eigenschappen zijn. ‘Die informatie hoeft niet in het verhaal naar voren te komen, maar het is handig om erop terug te kunnen vallen. Tijdens het schrijven vraag je je voortdurend af hoe een karakter reageert.’

Ook werkt ze graag vanuit een ‘arena’, de locatie waar alles zich afspeelt. ‘Bij ZOOP werd ik gevraagd om een serie te bedenken die zich afspeelt in een dierentuin. Bij SpangaS in een school. En mijn roman moest zich afspelen in een ziekenhuis. Het maakt het makkelijker om te bedenken welke karakters er passen en wat ze in die arena kunnen meemaken.’

Doordat je als scriptschrijver met verschillende onderwerpen te maken krijgt, moet je je heel snel dingen eigen kunnen maken. ‘Je moet kunnen schrijven alsof je alles van het onderwerp afweet, ook als dat in werkelijkheid niet zo is.’ Hierdoor steekt Koek bij elke serie veel tijd in research. ‘Voor ZOOP sprak ik bijvoorbeeld met dierentrainers en bracht ik veel tijd door in de dierentuin.’

Een uur is natuurlijk te kort om alles over het scenarioschrijven te weten te komen, dus zitten we vol vragen. De belangrijkste: kan iedereen scenario’s schrijven? ‘Als je niet al te bang bent, genoeg fantasie hebt en goede associaties kunt maken, kun je een geloofwaardige serie of film schrijven. Het belangrijkste is levenservaring. Je moet jezelf geloofwaardig in andere personen en situaties kunnen verplaatsen. Dan maakt het niet uit hoe oud je bent.’

Benieuwd waarin scenarioschrijven van ‘gewoon’ schrijven verschilt? En of het voordelen heeft om als scenarioschrijver aan een roman te beginnen? Lees dan verder op Lood.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.