Zolang jij in je verhaal gelooft, volgen die koppige uitgeverijen vanzelf wel

Voordat ik begin met schrijven, neem ik vaak een kop koffie en blader ik de krant door. Dan wil ik even aan iets anders denken, iets van de wereld om me heen meekrijgen voor ik me een paar uur afzonder om te schrijven. Toch gebeurt het af en toe dat ik nog voor die kop koffie met schrijven geconfronteerd wordt, zoals afgelopen woensdag toen ik de column van Simone van Saarloos over haar eerste roman tegenkwam.

[heading margin_top=”14″]Geen romantische, maar een eenzame schrijver in Italië[/heading]

In haar column beschrijft ze hoe ze zich heeft afgezonderd in een appartement in Florence om aan haar eerste roman te werken. Die situatie zou het uitgangspunt kunnen zijn voor een dromerige column over hoe ze al schrijvende van de zon geniet en ondertussen haar roman perfectioneert. Ze zou er ook iets in kunnen zetten over hoe de nieuwe omgeving haar inspireert, ideeën geeft en ervoor zorgt dat de woorden moeiteloos op het papier verschijnen.

Niet helemaal waar, misschien, maar lezers smullen van het geromantiseerde beeld van de schrijver. Toch kiest ze daar niet voor. Ze doet iets wat veel meer durf vraagt: ze beschrijft niet hoe fantastisch het is om in Italië aan een boek te werken, maar raakt de eenzame kant van het schrijverschap aan.

‘Het vreemde van fictie is dat je iets wilt maken wat niet bestaat en waar niemand op zit te wachten, maar waarvan je desalniettemin gelooft dat het noodzakelijk is.’

Ze heeft gelijk. Fictie is een vreemd iets, het doet rare dingen met een mens. Het zorgt ervoor dat je je afzondert, bij voorkeur in een warm land, een andere wereld bedenkt en je maandenlang in die wereld onderdompelt. Het geeft je het gevoel dat je het leven van de personages in die wereld moet beschrijven, omdat jij de enige bent die ze kent en ze aan de buitenwereld kan laten zien.

En dan is het nog maar de vraag of die buitenwereld erop zit te wachten. Meestal niet, daar zijn voorbeelden genoeg van. J.K. Rowling die langs twaalf uitgeverijen ging en elke keer hoofdschuddend de deur werd gewezen, samen met de wereld waarin ze geloofde. George Orwell, die te horen kreeg dat verhalen waarin dieren een hoofdrol speelden niet zouden verkopen. En natuurlijk Stephen King.

[heading margin_top=”14″]Niemand zit erop te wachten, maar toch moet je het schrijven[/heading]

Het is zo: niemand, behalve misschien je ouders en wat goede vrienden, zit op jouw roman te wachten. En toch drijft die innerlijke noodzaak je om het te schrijven. Om je af te zonderen in Italië met een pak papier wat ooit jouw roman moet gaan voorstellen.

Misschien is dat wat gepubliceerde schrijvers veelal onderscheidt van hun ongepubliceerde collega’s. Zij gaan door in de wetenschap dat niemand hun roman wil, terwijl de anderen echt geloven dat hun roman met open armen zal worden ontvangen en na hun gang langs uitgeverijen gedesillusioneerd achterblijven.

Wees zoals die eerste groep schrijvers. Geloof eerst zelf in je verhaal. Wees ervan overtuigd dat het jou vermaakt. En probeer er daarna pas, heel voorzichtig, aan te denken dat het die uitwerking misschien ook op anderen kan hebben.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.